|
ARCHIEF:
Holland-België,
Amsterdam, 23 mei 2004
Een klein theaterzaaltje
in Amsterdam met zwarte toneelgordijnen en een kleine, goed gevulde
tribune. Ziedaar het strijdtoneel van de eerste "brass-interland" Nederland-Belgie. Een soort 'reserve-interland' eigenlijk want de
muzikale wedstrijd ging tussen de nummers 2 (de vice-kampioenen) van
de beide 'Lage Landen', een soort PSV-Club Brugge dus.
De wedstrijd begint
met de opkomst in prachtige choreografie van de spelers van Brass
Band Buizingen. Een warm applaus van het sportieve deels Nederlandse,
deels Belgische en deels nederbelgische publiek daalt op hen neer.
Hier en daar is een spoor van zenuwen op de gezichten van de gasten
waarneembaar. Direct na de entree van trainer-coach Luc Vertommen
gaat de match van start met een spetterend uitgevoerde "Prelude
on Tallis" van Peter Graham. De warme klanken, majestueus forte
afgewisseld met ontroerend piano, van de cornetsectie, de alto's,
de baritons, de euphoniums, de trombones en niet te vergeten het heerlijke
geweld van de bassen overspoelen ons; jammer dat de wat harde akoestiek
verhindert dat alle koperklanken volledig mengen. Er volgen nog zes
programmadelen, waaronder twee met solist (Erwin Dekempeneer en Emmanuel
Reynaerts; vooral de laatste moest zijn niet geringe kwaliteiten aanspreken
om het hoge tempo dat de coach hem oplegde tot een goed einde te brengen);
voor de kenners was daarin wel duidelijk dat Buizingen niet voor niets
2e in België was geworden. De eerste helft werd afgesloten met
"Emblem of Unity" in een arrangement van coach Luc; hierin
toonde band wederom dat Vertommen zijn spelers tot een hoog niveau
van homogeniteit, virtuositeit zowel als emotionaliteit heeft weten
te brengen.
Na de rust was
het de beurt aan de Nederlanders, Amsterdam Brass. Gespannen namen
zij hun plaatsen in, wachtend op de komst van hun coach Frank van
Koten. Dat zij een thuiswedstrijd spelen is te merken aan het applaus
van het publiek. Ook zij beginnen sterk met "Amsterdam"
een compositie van Rob Goorhuis (toevallig ook de voorzitter van de
publieksjury; overigens kan hem zeker geen partijdigheid worden verweten).
De band laat hierin horen dat ze onder leiding van Van Koten niet
voor niets in een sneltreinvaart in de top van de Nederlandse brass-wereld
zijn teruggekeerd. Ook de programmakeus is ambitieus en gedurfd; in
dat laatste is, met Cimarosa en Shostakovich, ongetwijfeld coach van
Koten's eerste professie (1e hoboïst van het befaamde Radio Filharmonisch
Orkest) te herkennen. De Nederlanders zijn wat wisselvalliger dan
de Belgen; ze wisselen zeer sterke met duidelijk minder sterke momenten
af: ze scoren prachtig, maar even later leidt een mooie pass tot een
afzwaaier. Ook de Nederlanders vertolken twee werken met solist; Huug
Steketee en Johan Breetveld laten horen dat ook zij hun mannetje staan.
De tweede helft wordt besloten met een goede uitvoering van John Williams'
"Hedwig's Theme"; jammer dat het slot wat rommelig was:
ze kunnen zeker beter.
Na een klein intermezzo
van de stand-up-comedians Luc, Frank en Rob (glansrijk gewonnen door
de 'in Nederland' ineens veel brutalere Luc) volgde de uitslag van
een publieksjury. Hoewel hen enige partijdigheid niet kan worden ontzegd,
konden ook zij er niet onderuit: de Belgen waren de beteren geweest;
de uitslag 2 - 3 was echter volgens uw recensent niet geheel in overeenstemming
met het verschil tussen de beide teams.
Er volgt natuurlijk
nog een 'terugmatch', op 10 oktober in Jezus Eik om precies te zijn!
Paul Nieuwenhuis



|